Als je snel en veilig wilt kunnen handelen bij brand, moet je de verschillende brandklassen kennen en snappen welk blusmiddel past bij welk type brand. In Europa is de indeling van brandklassen vastgelegd in EN 2. Die norm deelt branden in naar het soort brandende stof of de aggregatietoestand. Dat voorkomt giswerk bij het kiezen van het juiste blusmiddel en verkleint het risico op herontsteking of gevaarlijke reacties.
Brandklasse A
Brandklasse A betreft vaste, koolstofhoudende materialen die meestal een smeulende gloed vormen. Denk aan hout, papier, textiel en meubels. Deze branden blus je simpel met water (brandslanghaspel) of met (sproei)schuim, omdat je zowel koelt als de zuurstoftoegang beperkt. Let op dat CO₂ hier minder effect heeft: het koelt nauwelijks en dringt niet door in het poreuze materiaal.
Brandklasse B
Brandklasse B omvat ontvlambare vloeistoffen zoals benzine, alcohol en oplosmiddelen, maar ook vaste stoffen die bij verhitting vloeibaar worden. Denk hierbij aan was of teer. Schuim en poeder worden ook vaak ingezet; CO₂ kan geschikt zijn in besloten ruimten. Water rechtstreeks op een vloeistofbrand is gevaarlijk, omdat het de brandstof kan verspreiden.
Brandklasse C
Brandklasse C slaat op brandbare gassen, zoals propaan en butaan. De basisregel: eerst de gastoevoer afsluiten, dan blussen. Poederblussers zijn gangbaar, omdat ze snel de vlam doven. Blussen zonder de bron af te sluiten kan tot herontsteking leiden zodra het bluswolkje is verdwenen.
Brandklasse D
Brandklasse D betreft metaalbranden (bijvoorbeeld magnesium of aluminiumspaanders). Alleen speciale metaalpoeders zijn hiervoor geschikt. “Gewone” blussers of water kunnen heftig reageren en de brand juist verergeren. Voor werkplaatsen met metallische risico’s is een D-blusser onmisbaar en hoort een duidelijke instructie bij het veiligheidsplan.

Klopt “brandklasse E” nog?
Je ziet online soms verwijzingen naar een brandklasse E voor elektrische installaties. Binnen de huidige EN-systematiek is dat geen aparte brandklasse meer. Een elektrische brand wordt benaderd op basis van het brandend materiaal (A/B/C/D/F), met de aanvullende eis dat het blusmiddel veilig is bij spanning (bijvoorbeeld CO₂ of speciaal schuim), en dat je de stroombron uitschakelt zodra dat kan. Let er dus op dat “E” niet als formele klasse geldt in EN 2.
Brandklasse F
Brandklasse F gaat over keukengerelateerde vet- en oliebranden met hoge temperaturen, zoals frituurvet. Hier is een vetbrandblusser (klasse F) of een speciaal type schuim vereist. Het blusmiddel vormt een verzegelende laag over het hete vet, stopt de zuurstoftoevoer en koelt gecontroleerd. Hierdoor kunnen spatten en herontsteking worden voorkomen. Gebruik nooit water: dat veroorzaakt een explosieve vlammenbol. In huishoudens en horeca is dit de belangrijkste les, want vetbranden komen relatief vaak voor.
Let op: “Euro-brandklassen” gaan over bouwmaterialen
Er bestaat ook een indeling A1, A2 en B t/m F: dat zijn de Euro-brandklassen voor de brandreactie van bouwmaterialen (NEN-EN 13501-1). Die beschrijven hoe materialen bijdragen aan brandontwikkeling, niet welk type brand je blust. Het is dus iets anders dan de A t/m F-brandklassen uit EN 2 voor blussers en brandsoorten. Verwar die systemen niet met elkaar in je documentatie of offertes.
Praktische keuzehulp per risicozone
Koppel de brandklasses altijd aan je werkelijke risico’s. In een kantooromgeving domineren klasse-A-materialen en volstaat vaak (sproei)schuim, in een laboratorium of magazijn met oplosmiddelen hoort een B-capaciteit thuis, bij gassen hoort procedurele focus op afsluiting en poeder en in keukenomgevingen is een vetbrandblusser onmisbaar. Werk je met metalen? Zorg voor een D-blusser binnen handbereik en zorg voor medewerkers die weten wanneer en hoe die in te zetten. Dat voorkomt nablussen met het verkeerde middel en beperkt nevenschade en stilstand.
De verschillende brandklassen geven houvast om snel en veilig te handelen. Brandklasse A staat voor vaste stoffen, B voor vloeistoffen en smeltende vaste stoffen, C voor gassen, D voor metalen en F voor oliën en vetten in de keuken. Euro-brandklassen (A1 t/m F) gaan juist over bouwmaterialen en zijn niet uitwisselbaar met de blusindeling.
Sinds 1 maart 2023 geldt voor de hele Europese Unie een classificatiesysteem voor bouwmaterialen wat betreft de brandveiligheid van deze materialen. Voorheen werd de brandveiligheid getest aan de hand van talloze manieren, maar om binnen de Europese Unie deze materialen wat betreft brandveiligheid met elkaar te kunnen vergelijken, zijn de brandklassen nu ingevoerd. Deze blog zal stilstaan bij een van deze zeven brandklassen, namelijk brandklasse C. Wat is brandklasse C en welke materialen vallen hieronder?
Wat is brandklasse C?
Er zijn kortom zeven klassen om bouwmaterialen in te delen op basis van brandveiligheid. A1-materialen zijn praktisch onbrandbaar en F-materialen zijn juist uiterst brandbaar en werden in de testen nog niets eens meegenomen. C-materialen liggen daar tussenin en vallen onder de brandbare materialen, zoals multiplex, hout en folie.
Brandklasse C isolatiematerialen
Bouwmaterialen worden ook ingedeeld in brandklassen om de brandveiligheid van deze materialen aan te geven. Zo hebben isolatiematerialen ook hun eigen brandklasse, waarbij een brandklasse C staat voor brandbaar materiaal, zoals kunststof isolatiematerialen als PIR.
Zo worden de brandklassen bepaald
Het classificatiesysteem is vastgelegd in de EN-13501-1. Voor een bouwmateriaal om geclassificeerd te worden, moet dit materiaal een viertal brandtesten ondergaan:
- Kleine vlamtest: hierbij wordt het begin van de brand gecreëerd, waarbij het materiaal getest wordt op de snelheid van de ontbranding.
- Single Burning Item test: hierbij wordt gekeken naar de mate van afgifte van hitte, de vlamuitbreiding, rookontwikkeling en afgifte van gevaarlijke stoffen.
- Calorische bom: maximale verbrandingswaarde van het materiaal wordt in deze test bepaald.
- Onbrandbaarheidsproef: laatste test om de onbrandbaarheid van het materiaal vast te leggen.

Wat is brandklasse C nog meer?
Een brandklasse kan nog een tweede betekenis hebben. Het staat namelijk naast de brandveiligheid van een bouwmateriaal ook nog voor de schaal van een brand. Een C-brandklasse is een brand van gassen. Denk hierbij aan gassen als propaan, aardgassen en LPG. Spreekt men van een gassenbrand, dan is het belangrijk om een explosie te voorkomen.
Brandklasse C bestrijdingsmaterialen
Een brand van gassen bestrijdt u ten eerste door de bron van het gas weg te halen. Dit doet u door de gaskraan dicht te draaien, zodat de toevoer van nieuw gas stopt. Het gas blussen kunt u met een poederblusser. Dit zijn brandblussers, die gevuld zijn met een blusmiddel in poedervorm bestaande uit vermalen zout. Het poeder zorgt ervoor dat er geen zuurstof bij het vuur kan komen, waarna het vuur dooft. Hieronder ziet u hoe de verschillende brandklassen bestreden kunnen worden.
| Water | ABC poeder | D poeder | CO2 | Vetblusser | Sproei-schuim | Blusdeken | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Klasse A | ✅ | ✅ | ❌ | ❌ | ❌ | ✅ | ✅ |
| Klasse B | ❌ | ✅ | ❌ | ✅ | ❌ | ✅ | ❌ |
| Klasse C | ❌ | ✅ | ❌ | ❌ | ❌ | ❌ | ❌ |
| Klasse D | ⚠️ | ❌ | ✅ | ⚠️ | ❌ | ⚠️ | ❌ |
| Klasse E | ⚠️ | ✅ | ❌ | ✅ | ❌ | ✅ | ❌ |
| Klasse F | ⚠️ | ❌ | ❌ | ❌ | ✅ | ❌ | ❌ |
Brand uit klasse C tegengaan met passieve brandbeveiliging
Passieve brandbeveiliging zorgt voor een bescherming van de constructie van een gebouw, waardoor brand vertraagd wordt, een snelle evacuatie plaats kan vinden en de brandweer veilig het gebouw kan betreden. Bij een brand van klasse C is het zeker belangrijk dat het gas binnen een compartiment blijft om de kans op een explosie zo klein mogelijk te maken. Naden en voegen van de compartimenten worden bijvoorbeeld met brandwerende afdichtingen hermetisch afgesloten, waardoor het gas een compartiment niet uit kan stromen.
Wilt u zeker weten dat uw gebouw veilig is ingericht tegen het risico van een C-brandklasse of de andere brandklassen? Laat u adviseren door een specialist op het gebied van brandpreventie en brandveilige materialen. Zo voorkomt u dat ongelukjes u fataal komen te staan.
Brandveiligheid begint bij bewustzijn. Of je nu thuis bent, in een kantoor werkt of een bedrijfspand beheert: brand kan onverwachts en op elk moment ontstaan. Een kleine onoplettendheid, technische storing of menselijke fout is soms al genoeg om grote schade te veroorzaken. Gelukkig zijn er tal van manieren om het risico op brand aanzienlijk te verkleinen. Door de juiste brandpreventie maatregelen te nemen, bescherm je niet alleen jezelf, maar ook anderen en je eigendommen. In deze blog lees je praktische en direct toepasbare tips die bijdragen aan een veilige leef- en werkomgeving.
1. Deel je gebouw op in brandcompartimenten
Een effectieve manier om brandverspreiding te vertragen is het toepassen van ‘brandcompartimentering’. Hiermee verdeel je het gebouw in brandwerende zones. Bij brand blijft het vuur binnen één compartiment beperkt, waardoor anderen langer veilig blijven. Gebruik brandwerende wanden, deuren en afdichtingen. Deze moeten voldoen aan de NEN- en Bouwbesluitnormen. Vergeet niet dat ook plafonds en vloeren onderdeel zijn van een goed compartiment. De vereiste brandwerendheid hangt af van hoe het gebouw wordt gebruikt, de maximale bezetting en de mogelijkheid tot tijdige evacuatie. Deze ligt meestal tussen 30 en 60 minuten. Compartimenteren is een cruciaal onderdeel van een bouwplanning.
2. Dicht openingen af met brandwerend materiaal
Kabelgoten, ventilatiekanalen en leidingen gaan vaak door muren en vloeren. Dat zijn risicoplekken voor brandoverslag. Gebruik brandwerende coatings of afdichtpasta om deze openingen goed af te sluiten. Zo voorkom je dat vuur en rook zich ongestoord kunnen verspreiden naar andere ruimtes. Laat de afdichtingen regelmatig controleren en vervang ze wanneer nodig. Gebruik uitsluitend materialen die zijn getest volgens EN 1366 of NEN 6069 en voorzien zijn van CE-markering of KOMO-certificaat.
3. Installeer rookmelders en automatische brandmeldsystemen
Plaats in elke ruimte een goedgekeurde rookmelder. Voor grotere gebouwen of bedrijven is een gecertificeerd brandmeldsysteem verplicht. Deze systemen waarschuwen jou en eventueel de brandweer direct bij enige rookontwikkeling. Test de melders elke maand en vervang batterijen op tijd. In Nederland zijn rookmelders sinds juli 2022 verplicht op elke woonverdieping. Koppel meerdere melders draadloos met elkaar, zodat alle melders tegelijk afgaan bij rookdetectie. Plaats indien nodig ook koolmonoxidemelders voor extra veiligheid. Goede detectie hoort bij een van de belangrijkste maatregelen voor brandpreventie.

4. Zorg dat er overal goedgekeurde brandblussers hangen
Hang op iedere verdieping en nabij risicoplekken zoals keukens of technische ruimtes een brandblusser. Kies voor poeder-, schuim- of CO2-blussers, afhankelijk van de omgeving. Controleer de houdbaarheidsdatum en laat jaarlijks onderhoud uitvoeren. Zorg ook dat personeel weet hoe de blussers werken. De minimale vereiste is één blustoestel van 6 liter per 150 vierkante meter. Laat blussers jaarlijks keuren volgens de NEN 2559-norm.
5. Controleer of vluchtwegen vrij en goed verlicht zijn
Vluchtroutes moeten altijd vrij toegankelijk zijn. Laat geen dozen of meubels in gangen staan. Plaats verlichte nooduitgangborden boven elke uitgang en test de noodverlichting regelmatig. In geval van rook moeten mensen snel en veilig de juiste route kunnen vinden. Volgens de Arbowet moet noodverlichting minimaal 1 lux op de vloer geven en één uur blijven functioneren. Gebruik waar mogelijk ook oplichtende pictogrammen als vluchtrouteaanduiding.
6. Laat brandveiligheidsinstallaties jaarlijks inspecteren
Brandpreventiemiddelen hebben onderhoud nodig om goed te blijven werken. Laat daarom brandmeldsystemen, blussers en noodverlichting jaarlijks keuren door gecertificeerde bedrijven. Een logboek met inspectierapporten toont aan dat je voldoet aan wet- en regelgeving. Voor bedrijven geldt vaak de ‘Beheersmaatregel Brandveilig Gebruik Bouwwerken’ (BBGB) of de ‘Rijksinspectieregeling Brandveiligheid’. Laat inspecties voor brandveiligheid uitvoeren volgens de NEN 2654 en leg alles vast in een (digitaal) logboek. Zo blijven je brandpreventie maatregelen betrouwbaar en effectief.
7. Stel een ontruimingsplan op en oefen regelmatig
Iedereen in een gebouw moet weten wat ze moeten bij brand. Stel daarom een duidelijk ontruimingsplan op en communiceer dit intern. Oefen minimaal één keer per jaar een ontruiming. Voor instellingen met meer dan 50 personen is een ontruimingsplan verplicht volgens de NEN 8112. Betrek bedrijfshulpverleners actief bij oefeningen en evalueer altijd achteraf. Denk eraan dat liften tijdens een brand niet gebruikt mogen worden. Een goed evacuatieplan is een essentieel onderdeel van doeltreffende maatregelen voor brandpreventie.
8. Gebruik alleen elektrische apparatuur met keurmerk
Veel branden ontstaan door kortsluiting of oververhitte apparatuur. Gebruik daarom alleen elektrische apparaten met een CE- of KEMA-keurmerk. Laat installaties plaatsen door erkende vakmensen en vermijd overbelasting van stopcontacten. Sluit zware apparaten ook altijd aan op een aparte groep en gebruik nooit goedkope verlengsnoeren bij apparaten met een hoog vermogen. Laat alle installaties minimaal elke vijf jaar keuren volgens NEN 3140-normen.
9. Berg brandbare stoffen veilig en gescheiden op
Heb je te maken met verf, oplosmiddelen of andere ontvlambare middelen? Bewaar deze dan in brandwerende veiligheidskasten. Zet ze nooit in de buurt van warmtebronnen of vluchtroutes. Houd je aan de PGS 15-richtlijn voor veilige opslag van gevaarlijke stoffen. Label de producten goed, zorg voor voldoende ventilatie en bewaar een actueel veiligheidsinformatieblad (VIB) bij elk product.
10. Schakel hulp in van een brandpreventiespecialist
Elke situatie vraagt om maatwerk. Laat je daarom adviseren door een expert op het gebied van brandveiligheid. Gespecialiseerde bedrijven kunnen een risico-inventarisatie uitvoeren. Bij grotere gebouwen is soms een gebruiksvergunning of omgevingsvergunning verplicht. Een specialist helpt ook bij verbouwingen en het opstellen van een wettelijk verplichte RI&E (Risico-inventarisatie en -evaluatie). Zo weet je zeker dat alle brandpreventie maatregelen voldoen aan de actuele regelgeving.
Als u zich bezighoudt met de passieve brandbeveiliging van uw gebouw, dan bent u vast eens de term compartimenteren tegengekomen. De betekenis van deze term is als volgt: het opdelen van een gebouw in afzonderlijke compartimenten om de verspreiding van bijvoorbeeld vuur, rook of schadelijke stoffen te beperken. Brandcompartimenten zijn cruciaal voor een snelle en veilige evacuatie van een gebouw. In dit artikel gaan we daarom dieper in op het belang en de betekenis van brandcompartimenten.
Wat houdt compartimenteren in?
Compartimenteren in de breedste zin van het woord betekent dat iets verdeeld wordt in losse, afgesloten gedeelten. Een gebouw compartimenteren heeft daarom de betekenis van het opdelen van het gebouw in losse brandcompartimenten. Deze compartimenten fungeren bij brand als een zelfstandige eenheid, waarbij rook, vlammen en hitte tegengewerkt worden. Hierdoor kunnen deze elementen zich niet zo vlug verspreiden naar aanliggende gedeelten. Op die manier blijft een vrije vluchtroute langer in stand, waardoor gebruikers van een gebouw meer tijd hebben om het gebouw te verlaten. Bovendien geven brandcompartimenten de hulpdiensten de tijd om de brand onder controle te krijgen.
Belang van brandcompartimenten
Bij passieve brandbeveiliging is compartimentering een van de belangrijkste maatregelen, die u kunt treffen. Wanneer een brand uitbreekt, verspreiden vlammen, rook en hitte zich namelijk heel snel naar nabijgelegen compartimenten. Hierdoor zijn deze elementen ook moeilijk onder controle te houden. Het compartimenteren van een gebouw zorgt ervoor dat de verspreiding van deze elementen beperkt wordt. Zo krijgen mensen meer tijd tijdens de evacuatie, worden eigendommen beschermd en worden bedrijfsrisico’s beperkt.
Hoe moet u het compartimenteren van een gebouw aanpakken?
Brandcompartimenten moeten aan meerdere eisen voldoen op basis van de functie van het gebouw en het gebouwtype. Brandcompartimenten zijn echter veelal voorzien van een vast aantal elementen, zoals:
- Brandwerende deuren
- Luiken
- Brandmuren
- Scheidingswanden
- Kunststof of metalen buizen
- Kabels
- Brandwerend gedichte openingen
- Brandwerend gedichte doorvoeren
Het compartimenteren van een gebouw is vaak erg complex, omdat u met veel normen en eisen rekening mee moet houden. De hulp inschakelen van een brandveiligheidsspecialist is vaak de slimste optie om uw gebouw op de juiste wijze te compartimenteren.

Eisen van een brandcompartiment
In het Bouwbesluit zijn in het kader van de WBDBO eisen gesteld, waaraan brandcompartimenten moeten voldoen. Deze voorschriften hebben betrekking op bijvoorbeeld:
- Lengte van vluchtwegen
- Brandwerendheid van de wanden
- Brandwerendheid van de plafonds
- Brandwerendheid van de vloeren
- Brandoverslag
- Branddoorslag horizontaal en verticaal
- Grootte en vorm gebouw
Maximale oppervlakte per compartiment
Een brandcompartiment hoort niet te groot te zijn. Bij een beperkte oppervlakte kan het compartiment namelijk beter zijn functie van brandbegrenzer verrichten. De functie, grootte en vorm van een gebouw bepalen eveneens hoe een compartiment eruit moet zien. Heeft een bepaald gebouw bijvoorbeeld een industriefunctie, dan is de maximale oppervlakte van een brandcompartiment 2.500 m². Voor een gebouw waarin kantoren of een onderwijsinstelling gevestigd zitten, geldt een maximale omvang van 1.000 m². Bij een brandcompartiment met een woonfunctie ligt de woning altijd in één compartiment. In datzelfde compartiment mogen verder alleen nevengebruiksfuncties liggen, dus geen tweede woning. Een buitenberging of kantoor aan huis vallen wel onder nevengebruiksfuncties.
U mag afwijken van de maximale oppervlakte van een compartiment als een grotere gebruiksoppervlakte voorziet in eenzelfde brandveiligheid. Dit noemt men ook wel gelijkwaardige veiligheid en dit wordt bepaald door de NEN 6060.
Wat hoort gecompartimenteerd te worden?
Wat hoort nu in een brandcompartiment thuis? In het Besluit bouwwerken leefomgeving staat dat iedere besloten ruimte in een compartiment opgenomen moet worden. Er zijn echter een aantal besloten ruimtes die niet onder deze regel vallen:
- Toiletten
- Badkamers
- Liftschachten die voldoen aan brandklasse B
- Technische ruimtes die kleiner zijn dan 50 m²
- Ruimtes waardoor een extra beschermde vluchtroute loopt
- Aangrenzende gebouwen met een oppervlakte kleiner dan 50 m²
- Gebouwen met een lichte industriefunctie, zoals telen, kweken of opslaan van gewassen
In sommige gevallen moeten niet-besloten ruimtes ook gecompartimenteerd worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan niet-besloten gedeeltes van een wegtunnelbuis. De buis moet hierbij wel een lengte langer dan 250 meter hebben. Ook niet-besloten ruimtes met een industriefunctie, zoals een inpandige houtopslag, moeten ingedeeld worden in brandcompartimenten.
Vraag een gesprek aan met een brandveiligheidsexpert
Brandcompartimenten beschermen de gebouwgebruikers en uw eigendommen bij brand. Het vraagt echter veel expertise, ervaring en kennis van de regels en wetten om compartimenteringswerkzaamheden goed uit te voeren. Heeft u daarom vragen over compartimentering? Wilt u uw gebouw indelen in brandcompartimenten? Schakel dan FireSpec in als expert en laat uw gebouw compartimenteren! Wij komen op locatie langs voor een inspectie, waarbij we nauwgezet kunnen vaststellen waar de problemen zitten en hoe we dit kunnen oplossen. Met onze hulp voldoet uw gebouw weer aan alle eisen met betrekking tot het Bouwbesluit.
Wilt u weten of uw gebouwgebruikers wel tijdig en veilig uw gebouw kunnen verlaten bij calamiteit? Dan zijn nooduitgangen en vluchtroutes van essentieel belang. Hoeveel nooduitgangen zijn echter verplicht door het Bouwbesluit? In de meeste gevallen zijn minimaal twee nooduitgangen per verdieping verplicht, afhankelijk van het gebruik en de risico’s van de ruimte. Deze eisen staan beschreven in het Bouwbesluit. Heeft u genoeg nooduitgangen in uw pand zitten en voldoen deze aan alle eisen? Lees meer hierover in dit artikel, zodat u te allen tijde voldoet aan de brandveiligheidseisen.
Hoeveel nooduitgangen zijn er verplicht volgens het Bouwbesluit?
Het aantal nooduitgangen dat uw gebouw moet hebben, staat vast in het Bouwbesluit. Over het algemeen kunt u aanhouden dat er minimaal twee afzonderlijke nooduitgangen zich moeten bevinden op iedere verdieping van uw gebouw. Deze nooduitgangen moeten zo ver mogelijk van elkaar gelegen zijn en uitkomen in een veilige zone, verzamelpunt of evacuatiestation. In het Bouwbesluit staat tevens vermeld waar deze nooduitgangen zich moeten bevinden en de afmetingen van de nooduitgangen en vluchtroutes ernaartoe. De volgende factoren bepalen het aantal nooduitgangen dat verplicht is:
- Gebruik gebouw
- Uitrusting gebouw
- Afmetingen arbeidsplekken
- Maximale aantal gebruikers
- Hoogte van risico’s
Werkruimten met verhoogd risico
Een werkruimte met een verhoogd risico is een ruimte waarin werkzaamheden plaatsvinden die hand in hand gaan met een verhoogd brandrisico. Ook als er in de ruimte stoffen aanwezig zijn of men werkt met (milieu)gevaarlijke stoffen, spreekt het Bouwbesluit van een werkruimte met een verhoogd risico. Op deze werkplekken zijn ook minimaal twee nooduitgangen verplicht, die minstens 5 en maximaal 15 meter uit elkaar moeten liggen. Het liefst bevinden de uitgangen zich in tegenovergestelde muren.
Eisen vanuit het Bouwbesluit met betrekking tot nooduitgangen
De regels in het Bouwbesluit zijn opgesteld om gebruikers van een gebouw in het geval van calamiteiten zo snel mogelijk te kunnen laten evacueren via de kortste route. Daarom zijn er niet alleen regels over de hoeveelheid nooduitgangen, maar ook regels over waaraan nooduitgangen moeten voldoen, zoals:
- Vrij zijn van obstakels
- Moeten te allen tijde te openen zijn
- Breed genoeg voor mindervalide personen
- Voorzien van duidelijke aanduidingen
- Deuren openen van binnen naar buiten in looprichting
- Geen schuif- en draaideuren
- Voorzien van noodverlichting

Hoeveel vluchtroutes zijn er verplicht?
In het Bouwbesluit van 2012 is ook aandacht besteed aan het aantal vluchtwegen dat een gebouw moet hebben. Tot die tijd was het namelijk zo dat er altijd twee vluchtroutes aanwezig moesten zijn, tenzij 1 vluchtweg voldoende was. In het Bouwbesluit van 2012 staat vermeld dat één vluchtweg altijd aanwezig moet zijn. Een tweede vluchtroute is alleen nodig, als de situatie daarom vraagt. Het Bouwbesluit heeft tevens de maximale loopafstand van een vluchtweg vastgesteld op variërend van 30 tot 60 meter. Deze afstand is gebaseerd op de gedachte dat een persoon zijn adem 30 seconden kan inhouden en met een gemiddelde snelheid van 1 meter per seconde kan evacueren. De maximale loopafstand is afhankelijk van onder andere de functie van een gebouw, het oppervlak en het aantal gebruikers. Is bij brand de loopafstand te groot, dan moet u de hal of het brandcompartiment laten opdelen in kleinere brandcompartimenten met een eigen beschermde vluchtweg.
Doorstroomcapaciteit op de vluchtroute
Volgens NEN 6089 moet de evacuatietijd van mensen zo kort mogelijk zijn, waardoor de doorstroomcapaciteit op een vluchtroute optimaal moet zijn. De doorstroomcapaciteit van uw vluchtroute berekent u als volgt:
- 45 personen op 1 meter trap
- 90 personen op 1 meter ruimte of gang
- 90 personen bij elke meter van een dubbele deur met een maximale openingshoek van minder dan 135 graden
- 110 personen bij elke meter van een enkele deur met een maximale openingshoek van minder dan 135 graden
- 135 personen bij elke meter van andere doorgangen
Deze rekenwaarden gelden per meter vrije breedte.
Zo ziet een veilige zone uit
Een gebouw moet een aantal veilige zones bevatten, waar de vluchtroutes en nooduitgangen naartoe leiden. Hoeveel personen zich tegelijk in de veilige zone mogen begeven, bepalen de volgende rekenwaarden. Ten eerste mogen er per m² vloeroppervlakte 4 personen aanwezig zijn. Ten tweede mogen 0,9 personen aanwezig zijn per meter dat een trap breed is. De trap is hierbij breder dan 1,1 meter. Bij een trap kleiner dan 1,1 meter, mogen 0,5 personen per traptrede zich bevinden.
Brandveiligheidsinspectie en -advies
Een brandveiligheidsinspectie begint met het onderzoek naar bouwtekeningen, ontruimingsplannen en procedures met betrekking tot calamiteit in een gebouw. Zo kunnen we achterhalen hoe de brandveiligheid van uw gebouw aansluit bij de geldende wettelijke eisen. Wij komen eveneens langs op locatie, waarbij we onze bevindingen noteren in een digitaal rapport. Verbeterpunten kunnen we daarna voor u uitvoeren. Vraag nu een quickscan aan van uw nooduitgangen en vluchtroutes, zodat uw gebouw weer volledig aansluit bij de wettelijke vereisten met betrekking tot brandveiligheid.
Brandveiligheid is een belangrijk aspect van elk gebouw, of het nu gaat om een kantoor, winkel, school of wooncomplex. Een nooduitgang is een essentieel onderdeel van brandveiligheid. Bij een noodsituatie zorgen deze uitgangen voor een veilige en snelle evacuatie. Maar wanneer is een nooduitgang verplicht en welke eisen gelden er?
Wat zegt de wet over nooduitgangen?
In Nederland worden de regels voor nooduitgangen en vluchtwegen bepaald door het bouwbesluit 2012. Volgens dit besluit moeten gebouwen aan specifieke brandveiligheidseisen voldoen, waaronder de verplichting van een nooduitgang in bepaalde situaties. Een nooduitgang is verplicht in deze situaties:
- Gebouwen met meer dan 50 personen: Wanneer een gebouw tegelijkertijd door meer dan 50 personen wordt gebruikt, is een nooduitgang verplicht.
- Beperkte toegang tot buiten: Als een ruimte geen directe uitgang naar buiten heeft en alleen via een afgesloten binnenruimte of gang bereikbaar is, moet er een nooduitgang aanwezig zijn.
- Hoge rook- of brandbelasting: Gebouwen waarin veel brandbare materialen aanwezig zijn of waar een verhoogd risico op brand bestaat, moeten over nooduitgangen beschikken.
- Gebruik door minder mobiele personen: Panden die toegankelijk zijn voor personen met een lichamelijke beperking, zoals ouderen of rolstoelgebruikers, moeten extra vluchtmogelijkheden hebben.
Naast deze algemene richtlijnen zijn er meer regels afhankelijk van het type gebouw. Zo gelden er strengere eisen voor horecagelegenheden, ziekenhuizen en industriële panden vanwege de verhoogde risico’s bij brand of paniekscenario’s. Verder is het ook handig om op de hoogte te blijven van de nieuwe wetgeving rondom brandveiligheid.
Welke eisen gelden voor een nooduitgang?
Een nooduitgang moet niet alleen aanwezig zijn, maar ook voldoen aan strikte veiligheidseisen om een vlotte evacuatie te garanderen. De belangrijkste richtlijnen zijn:
Vrije en obstakelvrije toegang
Een nooduitgang moet altijd toegankelijk zijn en mag nooit worden geblokkeerd door meubels, opslag of andere obstakels. Vluchtroutes moeten duidelijk gemarkeerd zijn en vrij blijven van obstakels die eventueel de doorgang zouden kunnen vertragen. Zorg er ook voor dat de buitenzijde van nooduitgangen vrij blijft van goederen, zodat evacuatie niet wordt belemmerd.
Duidelijke bewegwijzering
Om verwarring te voorkomen, moeten nooduitgangen voorzien zijn van goed zichtbare nooduitgang-borden en vluchtwegaanduidingen. Deze markeringen moeten ook bij rookontwikkeling en stroomuitval goed zichtbaar blijven. Gebruik lichtgevende of verlichte borden, zodat ze ook bij rookontwikkeling en stroomuitval goed zichtbaar blijven.
Automatisch of eenvoudig te openen deuren
Deuren die als nooduitgang functioneren, mogen niet vergrendeld zijn op een manier die het openen lastiger maakt. Het is verplicht om paniekbalken of drukplaten te gebruiken, zodat de deur zonder sleutels of extra handelingen direct geopend kan worden

Voldoende breedte en capaciteit
De breedte van een nooduitgang hangt af van het aantal personen die in het gebouw passen. Als vuistregel geldt: hoe meer personen het gebouw gebruikt, hoe breder de nooduitgangen moeten zijn. Dit zorgt voor een snelle doorstroming tijdens een evacuatie en voorkomt ook files.
Verlichting en back-up stroomvoorziening
Bij stroomuitval moet er genoeg noodverlichting aanwezig zijn om de weg naar de nooduitgang te verlichten. Noodverlichting en verlichte bordjes zijn ervoor gemaakt zodat mensen in het donker óf bij veel rookontwikkeling de juiste route kunnen vinden.
Nooduitgangen en brandveiligheidsmaatregelen
Een nooduitgang is slechts 1 onderdeel van een volledig brandveiligheidsplan. Maar om een gebouw echt veilig te maken, moeten meerdere brandveiligheidsmaatregelen worden gecombineerd.
1. Vluchtwegmarkering en evacuatieplannen
Een goed evacuatieplan is essentieel om ervoor te zorgen dat iedereen weet wat hij of zij moet doen bij brand. Dit betekent:
- Duidelijke vluchtwegmarkeringen op elke verdieping
- Evacuatieoefeningen om medewerkers en bewoners te voorbereiden op noodsituaties
- Instructies over het gebruik van verzamelplaatsen en nooduitgangen
2. Brandwerende deuren en wanden
Om brand- en rookverspreiding tegen te gaan, moeten er brandwerende deuren en wanden aanwezig zijn die de vluchtweg beschermen. Dit helpt om evacuerende personen te beschermen en vergroot de overlevingskansen bij een noodsituatie.
3. Brandmeldinstallaties en blusmiddelen
Een effectief branddetectiesysteem is noodzakelijk om snel te kunnen handelen bij brand. Dit omvat:
- Rookmelders en brandalarmen die op tijd af gaan
- Brandblussers en brandslangen die beschikbaar zijn op strategische locaties
- Automatische sprinklerinstallaties voor gebouwen met een hoog risico op brand
4. Regelmatige inspecties en onderhoud
Zelfs de beste nooduitgangen en veiligheidsvoorzieningen zijn nutteloos als ze niet goed worden onderhouden. Regelmatige inspecties zijn dus nodig om te kunnen garanderen dat:
- Nooddeuren goed functioneren en niet geblokkeerd zijn.
- Bewegwijzering en noodverlichting correct werken.
- Rookmelders en brandblusmiddelen in goede staat verkeren.
Een nooduitgang is verplicht in elk gebouw waar meerdere personen verblijven en waar een snelle evacuatie van belang kan zijn. Maar soms zijn er zelfs meerdere nooduitgangen verplicht. De uitgangen moet altijd vrij toegankelijk, goed zichtbaar en makkelijk te openen zijn. Daarnaast moeten deze deel uitmaken van een compleet brandveiligheidsplan met duidelijke vluchtwegen, branddetectiesystemen en blusmiddelen.
Bij FireSpec bieden we complete brandveiligheidsoplossingen, inclusief de controle en inrichting van nooduitgangen en vluchtwegen. Onze experts zorgen ervoor dat u pand voldoet aan de laatste veiligheidseisen en ondersteunen waar nodig bij het opstellen van een effectief evacuatieplan. Investeer ook in de veiligheid van uw personeel en neem contact met ons op voor brandveiligheid advies op maat.
U heeft vast wel eens op uw werkplek of een openbare ruimte een symbool gezien die u waarschuwde voor een (on)veilige situatie. Deze grafische waarschuwingen worden veiligheidspictogrammen genoemd en deze zijn veelal opgesteld aan de hand van de internationale norm ISO 7010 en voor Nederland eveneens op basis van de NEN 3011. De internationale ISO 7010 heeft het mogelijk gemaakt om wereldwijde pictogrammen voor de veiligheid op te stellen, die zorgen voor conformiteit en wereldwijde herkenning. In 2022 waren er maar liefst 300 veiligheidspictogrammen bekend en deze pictogrammen worden nog steeds uitgebreid. Daarom zal dit artikel dieper ingaan op welke pictogrammen er op het moment zijn en op de betekenis van deze pictogrammen voor de veiligheid.
Waar vindt u de veiligheidspictogrammen?
De veiligheidspictogrammen zijn vastgelegd in ISO 7010 en worden in heel Europa erkend. Ze moeten op een zichtbare plaats worden aangebracht en in de juiste afmetingen voor de omgeving worden gebruikt. In bedrijven is het de verantwoordelijkheid van de werkgever om de juiste pictogrammen te plaatsen.
Veiligheidspictogrammen en hun betekenis
Deze pictogrammen voor de veiligheid hebben ieder hun eigen betekenis. We kunnen de afzonderlijke pictogrammen echter samenvoegen in categorieën op basis van hun functie en kleur. Zo kunt u verschillende soorten veiligheidspictogrammen onderscheiden:
- E-serie met een groene kleur
- F-serie met een rode kleur
- G-serie met een vierkante vorm en rood-witte kleur
- M-serie met een blauwe kleur
- P-serie met een ronde vorm en rood-witte kleur
- W-serie in een gele driehoek
Rode brandbestrijdingspictogrammen
De vierkante rode veiligheidspictogrammen hebben als functie een snelle brandbestrijding bewerkstelligen. In geval van brand moeten namelijk de medewerkers en bezoekers van een gebouw snel kunnen achterhalen waar de brandbestrijdingsmiddelen zich bevinden. Deze middelen moeten niet alleen goed te bereiken zijn, maar ook herkenbaar zijn door bijbehorende signering. Naast aangeven waar de brandbestrijdingsmiddelen zijn, geven deze rode veiligheidspictogrammen eveneens aanduidingen voor de brandweer en andere hulpverleners. De bekendste voorbeelden van de rode veiligheidspictogrammen zijn:
- F001 blusapparaat (eventueel in combinatie met een richting aangevende pijl)
- F002 blusslang
- F003 ladder
- F006 telefoon voor brandalarm
- F007 brandwerende deur
- F011 sprinkler
Groene pictogrammen voor de veiligheid
De groene veiligheidspictogrammen die u tegen kunt komen, hebben twee functies. Ze kunnen enerzijds aangeven waar EHBO-materialen zich bevinden voor tijdens een calamiteit, zoals een AED of verbandtrommel. Anderzijds geven de groene pictogrammen evacuatie- en vluchtwegaanduidingen aan, zodat tijdens een brand of calamiteit de ontruiming van een gebouw snel en geordend kan plaatsvinden. Zo vindt u groene pictogrammen die de nooduitgang, het noodraam, de noodtelefoon of de verzamelplaats aangeven.
Blauwe geboden
Wanneer u wel eens een blauw pictogram bent tegengekomen, dan weet u vast wel dat deze pictogrammen voor de veiligheid de betekenis hebben van een gebod. Deze veiligheidspictogrammen geven kortom een verplichting aan. Een blauw gebod geeft bijvoorbeeld op een werkplek aan dat het verplicht is om hier oog- of gehoorbescherming te gebruiken of dat u verplicht werkschoenen of een helm moet dragen. De blauwe geboden komt u echter ook buiten tegen. Denk bijvoorbeeld eens aan het blauwe bord voor een verplicht voetpad of een blauw pictogram om een afvalbak te gebruiken.
Rood-witte verboden
De rood-witte verbodspictogrammen kent u vast wel uit het verkeer. Deze ronde borden met een rode rand en een rode diagonale streep geven aan dat iets niet mag. Deze rood-witte veiligheids pictogrammen zult u ook vaker tegenkomen in openbare ruimtes, werkplekken en dergelijke. Denk bijvoorbeeld aan de bekende verbodsborden: roken verboden, verboden toegang, geen drinkwater of blussen met water verboden zoals bij een brandklasse F brand.
Gele waarschuwingen
De gele veiligheidspictogrammen hebben de vorm van een driehoek en hebben als functie om mensen te waarschuwen voor gevaarlijke situaties of handelingen. Ook waarschuwen ze voor gevaarlijke stoffen of voor het werken met gevaarlijke machines. Bekende gele pictogrammen zijn bijvoorbeeld:
- W002 gevaar voor explosieve stoffen
- W003 gevaar voor radioactief materiaal
- W009 biologisch gevaar
- W016 gevaar voor giftige stoffen
Pictogrammen voor de veiligheid die vallen buiten ISO 7010 en NEN 3011
Er zijn nog veel meer veiligheidspictogrammen die niet vallen onder de ISO 7010 en NEN 3011 pictogrammen, maar bijvoorbeeld wel onder internationale afspraken die gemaakt zijn of vallen onder richtlijnen van de Europese Unie. Denk hierbij aan pictogrammen van bijvoorbeeld:
- Globally Harmonized System of classification and labelling of chemicals (GHS) voor de verpakking en etikettering van chemische stoffen en mengsels.
- Gevaarpictogrammen voor vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor, het binnenwater, de zee of de lucht.
- Leidingmarkeringen
- Machinerichtlijnen
- Veiligheidswaarschuwingen en inspectielabels. Deze zijn voorzien van tekst en pictogrammen.
- Behandelingsetiketten
Hoe worden veiligheidspictogrammen opvallend gemaakt?
Veiligheidspictogrammen moeten zichtbaar blijven, zelfs als de stroom eens zou uitvallen. Daarom zijn veel verschillende soorten veiligheidspictogrammen als fotoluminescerende borden en stickers vervaardigd. Deze borden kunnen wel 35 uur licht afgeven zonder stroom, ze zijn makkelijk te installeren en ze hebben een onderhoudsarm karakter. Met fotoluminescerende materialen worden ook vaak andere ondersteunende veiligheidsmaatregelen weergegeven, zoals trapmarkeringen en vluchtrouteverlichting.
Wilt u weten of uw bedrijfspand voldoet aan de actuele eisen voor veiligheidspictogrammen? Kies dan voor een erkend brandveiligheid bedrijf om een inspectie uit te laten voeren. Onze specialisten geven u daarbij direct praktisch advies, zodat u zeker weet dat uw signalering voldoet aan de eisen en zichtbaar is. Neem vandaag nog contact op voor een vrijblijvende afspraak en professioneel advies op maat.
Wanneer er brand uitbreekt in een gebouw, dan is het hoofdzaak dat alle gebruikers van het pand veilig het gebouw kunnen verlaten via de nooduitgangen. Een brand gaat echter vaak genoeg samen met een flinke rookontwikkeling, dus vraagt u zich misschien af hoe mensen snel en veilig de nooduitgang kunnen vinden wanneer hun zicht belemmerd wordt. Hierbij komt de vluchtrouteaanduiding om de hoek kijken. Deze aanduidingen kent u vast wel als de groen met witte bordjes, die altijd verlicht zijn en die de dichtstbijzijnde nooduitgang weergeven. Dit artikel zal u meer vertellen over de vluchtwegaanduidingen en het zal het belang van deze pictogrammen onderstrepen.
Het belang van vluchtrouteaanduidingen
Een vluchtrouteaanduiding is van cruciaal belang voor de veiligheid in gebouwen, omdat het mensen in noodsituaties, zoals brand of andere calamiteiten, helpt snel en veilig de dichtstbijzijnde nooduitgang te vinden. Het duidelijk markeren van vluchtroutes minimaliseert verwarring en paniek, wat het risico op ongelukken of vertragingen tijdens een evacuatie aanzienlijk verkleint. Bovendien is een correcte vluchtrouteaanduiding wettelijk verplicht in het Bouwbesluit en draagt het bij aan de naleving van veiligheidsvoorschriften. Het is essentieel dat deze aanduidingen goed zichtbaar zijn, zelfs bij stroomuitval, bijvoorbeeld door het gebruik van lichtgevende materialen of noodverlichting. Er wordt vaak gewerkt met transparantverlichting bij nood. Deze elektrische verlichting heeft als bijkomend voordeel dat het genoeg lichtopbrengst verzorgt. Zo wordt een gedeelte van het looppad verlicht zonder de noodzaak van aanvullende noodverlichtingen. Op die manier kan in principe iedereen bij een zich snel verspreidende brand, zoals een brand uit brandklasse B, en bij uitval van de stroom efficiënt en vlug de dichtstbijzijnde nooduitgang vinden.
Kenmerken van een vluchtrouteaanduiding
Hoe herkent u nu een vluchtwegaanduiding? Deze borden of stickers hebben een groene achtergrond, waarin in het wit duidelijk een pijl staat aangegeven in de richting van de dichtstbijzijnde nooduitgang. Ook staan er een mannetje en deur in het wit op de vluchtroute aanduiding afgebeeld. Zowel de reguliere verlichting in een gebouw als de noodverlichting moeten ervoor zorgen dat de vluchtrouteaanduiding te allen tijde duidelijk zichtbaar is. Een vluchtrouteaanduiding moet bovendien voldoen aan de eisen die gesteld worden in de NEN 3011. Hierin vindt u voorschriften over veiligheidskleuren en ontwerpprincipes van de aanduidingen.
Verschillende pictogrammen vluchtrouteaanduiding
U heeft waarschijnlijk wel eens gezien dat er verschillende veiligheidspictogrammen gebruikt worden als vluchtwegaanduiding. Nederland heeft namelijk zijn aanduidingen lange tijd gemaakt op basis van de NEN 6088 regels, voordat ons land overging op de richtlijnen van NEN-EN-ISO 7010. De pictogrammen van de NEN 6088 en NEN-EN-ISO 7010 lijken wel op elkaar, maar er zit een klein verschil tussen beide pictogrammen. Bij het NEN-EN-ISO 7010 pictogram is het pijltje voor rechtdoor gewijzigd. Vroeger wees deze omhoog en nu naar beneden.
Normen waaraan de vluchtwegaanduiding moet voldoen
Een vluchtroute aanduiding moet ten eerste voldoen aan de eisen binnen de NEN 3011 (NEN-EN-ISO 7010). Hierin vindt u bijvoorbeeld de voorschriften voor de pictogrammen van de vluchtrouteaanduiding en de veiligheidskleuren. Ook zijn in de NEN 3011 voorschriften opgenomen voor de ontwerpprincipes ter voorkoming van ongevallen en brandbestrijding. Er is ook veel informatie te vinden over de evacuatie en de gevaren voor de gezondheid. Naast deze eisen zijn er ook vaste zichtbaarheidseisen, zoals:
- De kleuren zijn volgens de richtlijnen van ISO 3864.
- De verlichting van de groene kleur bedraagt minimaal 2 cd/m2.
- De verhouding tussen de maximale en de minimale verlichting binnen zowel het witte gedeelte als de veiligheidskleur is niet groter dan 10:1.
- De verhouding van het witte en groene gedeelte mag niet kleiner zijn dan 5:1 en niet groter dan 15:1.
Is een vluchtrouteaanduiding verplicht?
In het Bouwbesluit van 2012 is opgenomen dat vluchtrouteaanduidingen in sommige gevallen verplicht worden gesteld. Ten eerste bij een ruimte, die groter is dan 60 m². Deze ruimte heeft bovendien meer dan een deur. De vluchtwegaanduiding is ten tweede verplicht bij ruimtes die geschikt zijn voor vijftig personen of meer. Ook ruimtes waar veel verkeer doorheen komt, zoals een hal of gang, moeten vluchtwegaanduidingen bevatten. Bij grotere ruimtes zijn vaak meerdere nooduitgangen verplicht.
Waar kunt u een vluchtwegaanduiding het beste plaatsen?
Waar kunt u uw vluchtrouteaanduiding nu het beste plaatsen? FireSpec denkt graag met u mee over de beste brandveiligheidsoplossingen voor uw pand. We hebben verschillende experts in dienst die op maat gemaakte plannen ontwikkelen voor de plaatsing van uw vluchtwegaanduiding. Hiervoor kijken ze naar de veiligheidseisen waaraan de vluchtrouteaanduiding moet voldoen. Bovendien letten ze op de wijze waarop uw pand in gebruik is. Met FireSpec zorgt u voor een optimale brandveiligheid in uw gebouw.
Brandveiligheid is een essentieel aspect van het wonen in appartementencomplexen. In Nederland zijn er strenge wetten en richtlijnen vastgesteld om de veiligheid van bewoners te waarborgen en risico’s bij brand te minimaliseren. Deze regelgeving, zoals vastgelegd in het Bouwbesluit 2012, stelt eisen aan constructie, materialen, vluchtwegen en brandwerendheid van gebouwen. In deze blog bespreken we uitgebreid hoe de brandveiligheid van appartementen in de wetgeving is geregeld.
Brandveiligheid van appartementen in wetgeving
De regels voor de brandveiligheid van appartementencomplexen zijn gebaseerd op de Woningwet en het Bouwbesluit. Daarnaast gelden gemeentelijke bouwverordeningen, waarin brandveiligheid en preventie een belangrijke rol spelen. In het Bouwbesluit staan zaken zoals voorwaarden die gelden als het om de brandveiligheid gaat. Dit omvat het voorkomen van brand, het beperken van de verspreiding ervan en het vergemakkelijken van evacuatie.
Regels rondom de brandveiligheid van appartementen
In de Omgevingswet van 2024 staan een aantal nieuwe regels opgesteld om de brandveiligheid van woongebouwen te verhogen. Deze regels omvatten:
- Openbare ruimtes moeten vrij zijn van obstakels.
- Vluchtroutes moeten vrij zijn van obstakels.
- In algemene ruimtes mogen geen objecten zoals scootmobielen, planten of huisvuil aanwezig zijn.
- Muren op de vluchtwegen moeten vrij zijn, want u moet de muur kunnen voelen tijdens het vluchten.
- Mededelingenborden zijn alleen toegestaan in openbare ruimtes en moet u te allen tijde achter glas plaatsen.
- Regelmatige controles van algemene ruimtes.
Rookmelders verplicht
Rookmelders waren al verplicht voor nieuwbouw, maar sinds 2022 geldt deze verplichting ook voor bestaande bouw. Deze rookmelders moeten voldoen aan de EN-14604. Elke bouwlaag met een verblijfsruimte moet voorzien zijn van een rookmelder. In besloten ruimtes met een vluchtweg moet een rookmelder worden geplaatst tussen de verblijfsruimte en de uitgang. Als uw brandalarm plotseling afgaat, kunt u dit zelf oplossen. Maar wanneer dit regelmatig voorkomt, is het verstandig om contact op te nemen met een specialist.
Veiligheidsscan brandveiligheid
U kunt ervoor kiezen om de brandveiligheid van uw appartementencomplex in kaart te brengen door middel van een veiligheidsscan. De professional loopt na of gebouw voldoet aan de Nederlandse wetgeving op het gebied van brandveiligheid. Er wordt gekeken naar factoren zoals de functie van het gebouw, interne organisatie, brandcompartimentering en vluchtroutes om knelpunten te identificeren. Deze bevindingen worden vastgelegd in een digitaal rapport, waarin ook vermeld staat wanneer periodieke controles van brandwerende voorzieningen nodig zijn.
Brandcompartimenten verplicht
Brandcompartimentering van uw appartementencomplex is verplicht. Dit betekent dat elke woning een afzonderlijk brandcompartiment moet vormen. Binnen een brandcompartiment mogen uitsluitend nevengebruiksfuncties aanwezig zijn, waarbij de hoofdfunctie een woonfunctie moet zijn. Nevengebruiksfuncties omvatten bijvoorbeeld een kantoor aan huis of een buitenberging. Openbare ruimtes vallen onder meer dan een woonfunctie. Dit gemeenschappelijk verblijfsgebied telt dus als een afzonderlijk brandcompartiment. Meer te weten komen over compartimenteren? Klik dan hier.
Vluchtroute bij appartementencomplexen
Bij brand in een appartementencomplex is het cruciaal dat bewoners het gebouw snel en veilig kunnen verlaten. Hierdoor moet er minimaal één vluchtweg zijn, die minimaal een halfuur vrij blijft van brand en rook. De vluchtroute moet minimaal 30 minuten brand- en rookwerend zijn (WBDBO). Dit houdt in dat bij onderhoud en verbouwingen extra opgelet moet worden dat er geen bouwkundige aanpassingen gedaan worden in algemene ruimtes, die de veilige vluchtweg tenietdoen. Bij twijfel over de brandveiligheid van uw complex kunt u contact opnemen met de brandweer of een brandveiligheidsspecialist.
