Hoe zit het met de wet- en regelgeving van brandwerende deuren?

Een brandwerende deur ziet er vaak hetzelfde uit als een gewone deur, maar heeft een belangrijke functie: voorkomen dat vuur zich bij brand snel door een gebouw verspreidt. Daarom gelden er eisen aan de uitvoering, plaatsing en werking. Maar wanneer is een brandwerende deur verplicht? De wetgeving voor brandwerende deuren valt sinds 1 januari 2024 onder het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Hieronder leest u welke regels gelden en waar u als gebouweigenaar of beheerder op moet letten.
Wanneer zijn brandwerende deuren verplicht?
Niet elke deur in een gebouw hoeft aan dezelfde brandveiligheidseisen te voldoen. Maar wanneer zijn brandwerende deuren nu precies verplicht? Dat is het geval wanneer een deuropening onderdeel uitmaakt van een brandscheiding waarvoor brandwerendheid is voorgeschreven. Denk aan een doorgang tussen twee brandcompartimenten of naar een beschermde vluchtroute. Een brandscheiding helpt voorkomen dat brand zich naar aangrenzende ruimten verspreidt. De deur moet deze bescherming ook bij een doorgang behouden.
Of een deur brandwerend moet zijn, hangt af van de indeling, gebruiksfunctie en brandveiligheidseisen van het gebouw. Op brandveiligheidstekeningen is doorgaans aangegeven waar brandscheidingen aanwezig zijn en welke eisen daarvoor gelden. Hiervoor kunnen symbolen volgens NEN 1413 worden gebruikt. Controleer altijd de legenda van de tekening om te zien welke brandwerendheid op een bepaalde plek vereist is.
Welke regels gelden voor nieuwbouw, bestaande bouw en verbouw?
De wetgeving voor brandwerende deuren verschilt per bouwsituatie. Bij branddeuren maakt de wetgeving namelijk onderscheid tussen nieuwbouw, bestaande bouw en verbouw. Daarbij is de WBDBO belangrijk: de vereiste weerstand tegen branduitbreiding tussen ruimten, uitgedrukt in minuten. Deze eis geldt voor de volledige brandscheiding.
Brandwerende deuren bij bestaande bouw
Volgens artikel 3.40 Bbl geldt voor bestaande gebouwen tussen brandcompartimenten doorgaans een minimale WBDBO van 20 minuten. Brandwerende deuren zijn verplicht wanneer ze onderdeel uitmaken van een scheiding waarvoor brandwerendheid vereist is. Een bestaande scheiding waarvoor hogere eisen gelden, mag niet zomaar worden teruggebracht naar 20 minuten. Vooral bij oudere panden is het belangrijk om te controleren welke eisen oorspronkelijk golden en of deuren later zijn aangepast.
Brandwerende deuren bij nieuwbouw
Volgens artikel 4.53 Bbl geldt bij nieuwbouw tussen brandcompartimenten in beginsel een WBDBO van 60 minuten. Onder specifieke voorwaarden kan 30 minuten voldoende zijn. Welke eis geldt, hangt af van onder andere de gebruiksfunctie en bouwkundige situatie. Bij het ontwerp moet daarom worden bepaald welke doorgangen onderdeel zijn van een brandscheiding en welke deurconstructie daarvoor geschikt is.
Brandwerende deuren bij verbouw
Bij verbouwingen geldt vaak het rechtens verkregen niveau. Dit betekent dat de bestaande brandveiligheid niet zomaar mag worden verminderd. Volgens artikel 5.13 Bbl moet een brandscheiding bij bepaalde verbouwingen minimaal 30 minuten WBDBO halen. Wanneer een hoger niveau vereist is, moet dit behouden blijven. Laat daarom vooraf beoordelen welke eisen gelden bij het aanpassen of vervangen van een brandwerende deur.

Aan welke eisen moet een brandwerende deur voldoen?
Een brandwerende deur moet samen met het kozijn, de afdichtingen en het hang- en sluitwerk de vereiste bescherming bieden. Een geschikt deurblad alleen is niet voldoende. Ook de montage en aansluiting op de omliggende wand zijn belangrijk. De naden rondom het deurblad moeten voldoen aan de specificaties van de geteste deurconstructie en eventuele brandwerende strips moeten correct zijn aangebracht.
Ook binnen de branddeuren wetgeving speelt de technische documentatie een belangrijke rol. Afhankelijk van het type nieuwe deur kunnen een CE-markering en prestatieverklaring (DoP) verplicht zijn. Vraag daarom naar de classificatie en montagevoorschriften van de deurconstructie.
Moet een brandwerende deur zelfsluitend en rookwerend zijn?
Niet iedere brandwerende deur hoeft automatisch zelfsluitend te zijn. Het Bbl stelt wel eisen aan bepaalde deuren in inwendige scheidingsconstructies, met uitzonderingen afhankelijk van de situatie. Waar zelfsluitendheid verplicht is, moet de deur zelfstandig kunnen sluiten. Een wig onder de deur of een defecte deurdranger kan deze werking verhinderen.
Daarnaast is rookwerendheid iets anders dan brandwerendheid. Brandwerendheid beperkt branduitbreiding, terwijl rookwerendheid de doorgang van rook tegengaat. Voor rookwerende deuren worden onder andere de classificaties Sa en S200 gebruikt. Een brandwerende deur voldoet niet automatisch aan de vereiste rookwerendheid. Welke eigenschappen nodig zijn, hangt af van de betreffende scheiding en de voorschriften uit het Bbl.
Wat betekenen EI30, EI60 en EW30?
De brandwerendheid wordt aangeduid met Europese classificaties. De letters verwijzen naar verschillende eigenschappen:
- E: vlamdichtheid, waarbij wordt beoordeeld of vlammen en hete gassen worden tegengehouden.
- I: thermische isolatie, waarbij de temperatuurstijging aan de andere zijde wordt beperkt.
- W: beperking van warmtestraling.
EI30 betekent dat de geteste constructie 30 minuten aan de criteria voor vlamdichtheid en isolatie voldoet. Bij EI60 is dat 60 minuten. EW30 heeft betrekking op vlamdichtheid en beperking van warmtestraling gedurende 30 minuten. Deze classificaties zijn niet automatisch uitwisselbaar.
Wanneer voldoet een bestaande brandwerende deur niet meer?
Een brandwerende deur kan zijn beschermende werking verliezen door slijtage, beschadigingen of verkeerde aanpassingen. Denk aan een deur die niet volledig sluit, beschadigde afdichtingen of openingen tussen het kozijn en de wand. Ook het vervangen van sloten, aanbrengen van beglazing of inkorten van het deurblad kan gevolgen hebben. Door deze aanpassingen voldoet de deur mogelijk niet meer aan de oorspronkelijke eisen voor brandwerendheid.
Bij oudere deuren ontbreken soms technische documenten of classificatierapporten. Dat betekent niet automatisch dat de deur ongeschikt is. Wel kan aanvullend onderzoek nodig zijn om de brandwerendheid vast te stellen. Een visuele controle alleen is daarvoor niet altijd voldoende. Daarbij moet ook worden nagegaan wanneer een brandwerende deur verplicht is en welke eisen voor de betreffende doorgang gelden.
Wie is verantwoordelijk voor het onderhoud?
Zowel eigenaren als gebruikers van gebouwen hebben een verantwoordelijkheid voor de brandveiligheid. Volgens artikel 6.4 van het Bbl moeten zij maatregelen nemen om gevaarlijke situaties bij brand te voorkomen. Dat betekent onder andere dat brandwerende deuren goed moeten blijven functioneren. Wie het onderhoud laat uitvoeren, hangt af van de eigendomssituatie, huurovereenkomst en gemaakte afspraken.
De wetgeving voor brandwerende deuren schrijft niet voor dat iedere deur standaard jaarlijks door een gecertificeerd bedrijf moet worden gekeurd. Regelmatige controle blijft wel belangrijk. Kijk bijvoorbeeld of de deur goed sluit, de afdichtingen intact zijn en er geen beschadigingen zijn ontstaan. Ontdekte gebreken moeten tijdig worden verholpen. In een digitaal logboek kunt u inspecties, onderhoud en herstelwerkzaamheden bijhouden.
Voldoen de brandwerende deuren in uw pand aan de eisen?
De wetgeving voor brandwerende deuren draait niet alleen om het plaatsen van de juiste deur. Ook daarna moet de deur aan de geldende eisen blijven voldoen. Zeker bij oudere gebouwen of na een verbouwing is het verstandig om dit te controleren. Door slijtage of aanpassingen kan de brandwerendheid namelijk veranderen. Met een brandveiligheidsinspectie brengt FireSpec mogelijke gebreken aan deuren en brandscheidingen in kaart. U krijgt inzicht in de aandachtspunten en eventuele verbeteringen. Neem gerust contact met ons op voor advies over de brandveiligheid van uw pand.



